In een maand kan veel veranderen, zo ook bij Ajax. Sinds Jol weg is bij de Amsterdammers is de sfeer totaal omgeslagen. Na maanden van pessimisme is elke berichtgeving over de club ineens positief. Het verschil tussen het Ajax van Martin Jol en het Ajax van Frank de Boer is als het verschil tussen dag en nacht.
Waar Jol in zijn laatste weken klaagde over het gebrek aan buitenspelers, bewijst Frank de Boer dat Ajax wel degelijk buitenspelers heeft. Ebecilio maakt wonderbaarlijke sprongen en Sulejmani speelde de laatste officiële wedstrijden beter dan onder Jol ooit het geval was.
Waar Martin Jol vooral worstelde met het 4-3-3 systeem van de club, speelt Ajax onder Frank de Boer een nieuw systeem, ook 4-3-3, maar een 4-3-3 waar de flankspelers vaker naar binnen trekken. Een linkspoot rechts en een rechtspoot links, om zo gevaarlijk en doelgericht mogelijk te zijn. Een goed voorbeeld daarvan internationaal is FC Barcelona, maar de Boer voert het nog een stapje verder door.
Ook jongeling Christian Eriksen speelt daarin een belangrijke rol, de jonge Deen kon bij Martin Jol maar mondjesmaat rekenen op speeltijd en als hij dan eens speelde, dan was dat vaak op linkshalf, of als buitenspeler. Frank de Boer gooit hem compleet volgens de Ajax-leer voor de leeuwen en dat loont, Eriksen laat zien dat hij een klassieke “tien” is, en bewijst dat hij het niveau van de Eredivisie aan kan.
Afgelopen maanden worstelde Martin Jol veel met de ego’s in het team, Suarez en El Hamdaoui konden niet samenwerken, en de verbindende factor, Marko Pantelic, was weg. Frank de Boer blijkt de nieuwe verbindende factor, want het credo één voor allen, allen voor één lijkt weer op te gaan. Iedereen lijkt weer te beseffen dat hard werken de basis is voor succes. Vooral de naar binnen trekkende buitenspelers leveren veel arbeid. Dat Ajax onder Martin Jol afhankelijk was van een middelmatige spits als Pantelic mag toch als opzienbarend beschreven worden.
Nog belangrijker is echter dat het plezier terug is, als de jongens het (trainings-)veld op stappen, zie je dat ze er zin in hebben en voor niemand bang zijn. De Ajax-cultuur is weer terug, dankzij een trainer die Ajax leeft en ademt. Een beginnende trainer die tot nu toe ervaren oefenmeester Jol voor schut zet.
Frank de Boer snapt de clubcultuur en evenals de supporters is hij pas tevreden wanneer er gewonnen wordt MET goed voetbal. Ook is hij niet bang dat te uiten in de media. In tegenstelling tot de Haagse Jol die zijn laatste weken vooral de fouten van de spelers probeerde goed te praten, zijn gelaten houding aan het einde van zijn Ajax-carrière zorgde voor veel irritatie, als je neutraal kunt reageren wanneer je thuis verliest van, met alle respect, ADO Den Haag, dan ben je geen Ajax-coach.
Ook de transferperiode verloopt tot nog toe beter. Onder Martin Jol werden afgelopen zomer El Hamdaoui, Mido, Tainio en Ooijer binnengehaald, alleen Mounir El Hamdaoui heeft een kleine kans om echt een rol van betekenis te gaan spelen, mits hij zich aan het teambelang leert te schikken. De anderen houden of hielden slechts de jeugd op.
Onder Frank de Boer is alleen nog maar Toivomaki (red. een negentienjarige Finse rechtsback) gehaald en heeft Ajax schijnbaar interesse in Kadlec (red. een Tsjechische spits van 18), waar veel supporters nu al lyrisch over zijn, dat geeft maar weer weer hoe de publieke opinie is omgeschakeld. Ik kan geen oordeel vellen over deze spelers. Ik heb immers alleen Youtube-filmpjes gezien van beiden en die zeggen gemiddeld evenveel over de kwaliteiten van een voetballer als een pornofilm over de originele cupmaat van de “actrices”, maar persoonlijk vind ik het toch zeer positief dat er weer gekeken wordt naar jonge talenten in plaats van de oude garde van Mino Raiola.
Als Frank de kans krijgt om rustig te bouwen aan dit elftal, weet ik zeker dat er over een paar jaar weer een elftal staat dat teams binnen en buiten Nederland nachtmerries bezorgt. Het blijft echter de vraag of de achterban positief gestemd blijft als er ook eens verloren wordt. De tijd zal het leren, 3 zwaluwen maken geen zomer, maar als er nog een paar bij komen, dan kun je de winterse periode toch wel vaarwel zeggen. Hopelijk stijgt er na de klassieker weer één op.
Bobby Mostertman